Parkeerkosten: belast of onbelast?

Parkeerkosten lopen in Nederlandse stadscentra steeds verder op. Met tarieven tot € 7,50 per uur kunnen ze een serieuze kostenpost vormen voor werkgevers en ondernemers. De vraag is dan ook wanneer parkeerkosten onbelast vergoed mogen worden en wanneer ze als loon worden gezien.

In deze blog zetten we uiteen hoe parkeerkosten fiscaal worden beoordeeld, afhankelijk van het type auto en de plek waar wordt geparkeerd. Ook laten we zien welke mogelijkheden er zijn om hier als werkgever praktisch mee om te gaan.

Waar hangt de fiscale beoordeling van af?

Of parkeerkosten belast of onbelast zijn, hangt in de kern af van twee factoren. Allereerst is het van belang of de werknemer reist met een eigen auto of met een auto van de zaak. Daarnaast speelt de locatie van het parkeren een rol: bij de werkplek, bij de woning of elders.

Deze combinatie bepaalt hoe de kosten fiscaal moeten worden behandeld.

Parkeerkosten bij gebruik van een eigen auto

Wanneer een werknemer met een eigen auto reist, geldt als uitgangspunt dat parkeergelegenheid op of direct bij het bedrijf onbelast kan worden vergoed. Als de werkgever parkeergelegenheid ter beschikking stelt op het eigen terrein of in de directe omgeving van het bedrijf, geldt hiervoor een nihilwaardering. De werkgever is in dat geval arbo verantwoordelijk voor het parkeerterrein, wat doorgaans geldt voor het terrein dat bij het bedrijfspand hoort.

Wordt er geparkeerd buiten de werkplek en valt de parkeerlocatie niet onder de verantwoordelijkheid van de werkgever, dan ligt dit anders. Parkeerkosten boven de onbelaste kilometervergoeding van € 0,23 per kilometer vallen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze kosten moeten worden aangewezen als eindheffingsloon en zijn belast.

Parkeerkosten bij een auto van de zaak

Voor auto’s van de zaak gelden andere regels. Parkeerkosten worden hierbij meestal gezien als intermediaire kosten en kunnen in veel gevallen onbelast worden vergoed.

Werkgerelateerde parkeerkosten bij een auto van de zaak mogen onbelast worden vergoed wanneer het gaat om parkeren bij de werkplek, op het bedrijfsterrein van de werkgever of bij externe parkeergelegenheid waarvoor de werkgever arbo verantwoordelijk is.

Ook parkeren bij de woning van de werknemer kan onbelast zijn, mits de parkeergelegenheid uitsluitend wordt gebruikt voor de auto van de zaak. Denk bijvoorbeeld aan een parkeervergunning op kenteken of een afgesloten stalling. In dat geval gelden de kosten als intermediaire kosten.

Wanneer de parkeergelegenheid ook voor andere vervoermiddelen of privédoeleinden kan worden gebruikt, worden de kosten aangemerkt als loon. In dat geval moet het bedrag worden aangewezen als eindheffingsloon.

Garage bij de woning van de werknemer

Staat de auto van de zaak in een garage bij de woning van de werknemer die uitsluitend voor deze auto wordt gebruikt, dan is sprake van zakelijke verhuur. De werknemer verhuurt de garage als het ware aan de werkgever, waardoor een onbelaste huurvergoeding mogelijk is.

Wordt de garage ook privé gebruikt, bijvoorbeeld voor opslag, dan geldt de vergoeding als belast loon.

Parkeerkosten bij een leaseauto

Maakt een werknemer parkeerkosten met een leaseauto van de zaak, dan mogen deze kosten onbelast worden vergoed. De kosten hangen samen met het gebruik van de leaseauto en vallen onder de onbelaste autokostenvergoeding.

Omgaan met stijgende parkeerkosten

Door de toenemende parkeertarieven zoeken steeds meer werkgevers naar alternatieven. Een mogelijkheid is het verhogen van de kilometervergoeding. Werkgevers mogen een hogere vergoeding betalen dan € 0,23 per kilometer, waarbij alleen het meerdere belast is. Bij een vergoeding van € 0,35 per kilometer is dus € 0,12 belast.

Daarnaast kunnen parkeerkosten worden ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Dit biedt flexibiliteit, maar gaat ten koste van andere vergoedingen die binnen de vrije ruimte vallen.

Een andere optie is het (opnieuw) invoeren van een onbelaste woon-werkvergoeding, bijvoorbeeld wanneer een werknemer geen kilometervergoeding ontvangt maar wel regelmatig parkeerkosten maakt. Deze vergoeding hoeft niet per se € 0,23 per kilometer te bedragen en mag ook lager zijn.

In stedelijke gebieden kan het bovendien zinvol zijn om alternatieven zoals een fietsvergoeding te overwegen.

Parkeerkosten en btw

Betaalt een ondernemer parkeergeld aan de gemeente, dan is dit een belasting en wordt hierover geen btw geheven. Bij parkeren op een particuliere parkeerplaats geldt het standaard btw-tarief van 21 procent.

Wanneer parkeerkosten worden doorberekend aan een klant, geldt dat hierover btw moet worden berekend als ook de onderliggende dienst btw-plichtig is. Wordt een dienst zonder btw gefactureerd, dan geldt dit ook voor de parkeerkosten.

Parkeerkosten en kilometervergoeding

De onbelaste kilometervergoeding van € 0,23 per kilometer dekt alle autokosten, inclusief parkeerkosten. Als parkeerkosten apart worden vergoed naast deze kilometervergoeding, wordt dit in principe gezien als loon.

Parkeerkosten voor zzp’ers

Voor zzp’ers geldt dat parkeerkosten voor zakelijke ritten aftrekbaar zijn als bedrijfskosten. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de geldende regels voor privégebruik van de auto.

Samenvattend

De fiscale behandeling van parkeerkosten hangt sterk af van de situatie. Door goed te kijken naar het type auto en de plek waar wordt geparkeerd, voorkom je dat kosten onbedoeld als belast loon worden aangemerkt.

Meer nieuws

Meer weten?

Bel, mail of chat gerust voor een afspraak.