In deze blog bespreken we de verschillen tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. Het is belangrijk om te begrijpen wat deze termen inhouden, aangezien ze invloed hebben op je rechten als werknemer en de manier waarop je je vakantiedagen kunt opnemen. We duiken dieper in de definities, de wettelijke kaders en de praktische implicaties van beide soorten vakantiedagen.
Wat zijn wettelijke vakantiedagen?
Wettelijke vakantiedagen zijn de dagen waarop werknemers recht hebben om te herstellen van hun arbeid. Deze dagen zijn in de wet vastgesteld en werknemers bouwen jaarlijks vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week aan vakantiedagen op. Voor een fulltime werknemer die 40 uur per week werkt, betekent dit dat er jaarlijks 160 uur aan wettelijke vakantiedagen wordt opgebouwd.
Het is belangrijk om te weten dat wettelijke vakantiedagen een vervaltermijn hebben. Deze dagen vervallen een half jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Dit stimuleert werknemers om regelmatig vakantie op te nemen. Werkgevers hebben de verplichting om werknemers goed te informeren over hun openstaande vakantiedagen en de vervaldata, zodat zij niet onbewust hun recht op vakantiedagen verliezen.
Wat zijn bovenwettelijke vakantiedagen?
Bovenwettelijke vakantiedagen zijn vakantiedagen die bovenop het wettelijke minimum komen, ook wel extra vakantiedagen genoemd. Deze dagen worden vaak vastgelegd in een arbeidsovereenkomst of in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao).
Een voorbeeld is een werknemer die in totaal 30 vakantiedagen (6 weken) kan opnemen in een jaar. Het is belangrijk om te weten dat bovenwettelijke vakantiedagen andere regels hebben dan wettelijke vakantiedagen, zoals een langere geldigheidsduur.
Geldigheid van vakantiedagen
Wettelijke vakantiedagen zijn niet onbeperkt houdbaar. Je werknemer moet deze binnen zes maanden na het opbouwjaar opnemen. Dit betekent dat wettelijke vakantiedagen die in 2025 zijn opgebouwd, vervallen op 1 juli 2026. Deze termijn geldt niet als een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om vakantie op te nemen, bijvoorbeeld door langdurige ziekte.
Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een langere vervaltermijn van vijf jaar. Bovenwettelijke vakantiedagen die in 2025 zijn opgebouwd, vervallen pas in 2030. Het is belangrijk om te weten dat als een werknemer niet in staat is geweest om zijn wettelijke vakantiedagen op te nemen, deze niet vervallen. De werknemer moet dit echter kunnen bewijzen, vaak met informatie van de arbodienst of bedrijfsarts.
Uitbetaling van vakantiedagen
Bij het beëindigen van een dienstverband is de werkgever verplicht om de werknemer een verklaring van uitbetaalde vakantiedagen mee te geven. Dit geldt voor zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen die niet zijn opgenomen. De werknemer kan op basis van deze verklaring bij een nieuwe werkgever onbetaald verlof claimen, mits de dagen boven het wettelijke minimum zijn uitbetaald.
Het is belangrijk om te weten dat alleen opgebouwde maar nog niet-genoten vakantiedagen aan het einde van de arbeidsovereenkomst mogen worden uitbetaald. Dit betekent dat werknemers de kans moeten krijgen om hun vakantiedagen daadwerkelijk op te nemen. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen echter in overleg met de werknemer worden afgekocht.
Vakantiedagen bij ziekte en verlof
Tijdens ziekte en verlof is het belangrijk om te weten hoe vakantiedagen worden opgebouwd. Als je (gedeeltelijk) ziek bent, loopt de opbouw van je vakantie-uren gewoon door. Dit betekent dat je recht blijft houden op vakantiedagen, ook als je niet werkt vanwege ziekte.
Bij onbetaald verlof bouw je geen vakantiedagen op, behalve in specifieke gevallen zoals langdurend zorgverlof en aanvullend geboorteverlof. Tijdens zwangerschapsverlof en bevallingsverlof bouw je ook vakantie-uren op. Het is goed om te weten dat als je ziek wordt tijdens je vakantie, deze dagen niet verloren gaan; ze worden dan beschouwd als ziektedagen.
Meer weten? Bel, mail of chat gerust voor een afspraak.


